Brandbeveiliging en ontruimingsinstallaties

Een brandmeldinstallatie is essentieel: het kan een brand in een vroeg stadium signaleren en lokaliseren waardoor snel kan worden ingegrepen. Om de kwaliteit van de brandmeldinstallaties te verhogen, moet deze voldoen aan de norm NEN 2535. Van sommige brandmeldinstallaties wordt verwacht dat deze door een onafhankelijke inspectieinstelling wordt geïnspecteerd. Indien door deze partij wordt vastgesteld dat de installatie inderdaad voldoet aan de uitgangspunten, wordt hiervoor een certificaat afgegeven.

Brandmeldinstallaties

Tot 2012 kennen we de ‘Regeling Brandmeldinstallaties 2002' van het NCP. Dit is een kwaliteitszorg- en certificatiesysteem, samengesteld door en voor alle bij brandbeveiliging betrokken marktpartijen. De eisende partij, vaak de brandweer of een verzekeringsmaatschappij, legt vooraf de uitgangspunten in een Programma van Eisen (PVE) vast. Op basis van dit document worden brandmeldinstallaties voorzien van een productcertificaat.

Vanaf 1 april 2012 moeten brandmeldinstallaties worden gecertificeerd op basis van het CCV ‘Inspectieschema Brandmeldinstallaties'. Dit geldt alleen indien het Bouwbesluit dit voor dat bouwwerk verplicht stelt. In tegenstelling tot de Regeling Brandmeldinstallaties 2002, wordt bij het CCV Inspectieschema Brandmeldinstallaties naar de installatie gekeken in samenhang met andere installaties, de bouwkundige en de organisatorische maatregelen.

Nadat een installatie is gecertificeerd dient periodiek (veelal elk jaar) dit certificaat te worden verlengd.

Beheer van brandmeldinstallaties

Een goed beheer van brandmeldinstallaties zorgt ervoor dat er  minder nodeloze meldingen komen. 
Een brandmeldinstallatie is een belangrijke schakel in de keten van brandveiligheidsvoorzieningen. Om een brandmeldinstallatie in goede conditie te houden, is onderhoud en beheer, zoals vastgelegd in de norm voor onderhoud van brandmeldinstallaties NEN 2654-1, van essentieel belang.

De brandweer moet meerdere malen per dag uitrukken naar brandmeldingen van een automatische brandmeldinstallatie of brandblusinstallatie. Vaak blijken deze meldingen niet veroorzaakt door een brand, maar door bijvoorbeeld roken, werkzaamheden als koken, stof, uitlaatgassen van heftrucks, enzovoort.

Een loos alarm is voor alle partijen vervelend. Loos alarm kunt u onder andere voorkomen door uw brandmeldinstallatie goed te beheren en te onderhouden. Let er ook bij verbouwingen op dat u geen loos alarm veroorzaakt. Download voor meer informatie de folder ‘Loze meldingen'.  

Een goed beheer van brandmeldinstallaties vormt een belangrijke schakel in het verminderen van nodeloze brandmeldingen. 

Normen voor brandmeldinstallaties

Uitgangspunt voor alle partijen vormt de norm NEN 2535 "Brandveiligheid van gebouwen; Brandmeldinstallaties; Systeem- en kwaliteitseisen en projecteringsrichtlijnen". 

In de NEN 2535 staan de technische eisen waaraan de installatie moet voldoen. Bijvoorbeeld het aantal rookmelders in een ruimte of de montagehoogte van een handmelder. Bovendien verwijst de norm naar de Europese NEN-EN 54 serie normen. Hierin staan kwaliteitseisen vermeld van de verschillende componenten.

Keuzes die gemaakt worden bij het ontwerp dienen vooraf te worden vastgelegd in een Programma van Eisen. Deze moet door de eisende partij, vaak de brandweer of de verzekeraar, te worden ondertekend. 

Calamiteiten

Bij calamiteiten hebt u veel tijd nodig om uw woning te verlaten. Brand leidt vaak ook tot emotionele schade. De verzekering vergoed wel de materiële schade, maar persoonlijke eigendommen waar u aan gehecht bent, zijn vaak voorgoed verloren. Wij geven u graag vrijblijvend advies over de beveiliging van uw eigendommen.